Steun ons en help Nederland vooruit

vrijdag 29 september 2017

Perspectief op vier jaar Bestuurscommissie in het Centrum: Fractievoorzitter Boudewijn Oranje

Hoewel we nog een half jaar te gaan hebben tot de gemeenteraadsverkiezingen, blikken we in het Centrum al terug op de afgelopen periode en vragen we de leden van de bestuurscommissie van D66 Amsterdam Centrum naar de belangrijke momenten in deze termijn en de toekomstvisie voor de periode na de verkiezingen.

Dit keer deelt fractie- en stadsdeelvoorzitter Boudewijn Oranje waar hij trots op is en hoe hij terugkijkt op de afgelopen acht jaar van politiek en dagelijks bestuur in stadsdeel Centrum. 

Je bent acht jaar algemeen bestuurder geweest van het stadsdeel Centrum, waar heb je je vooral mee bezig gehouden?

Ik heb mij gebogen over bijna alles voor en achter de gevel. Van bouwprojecten, het gebruik van panden, de verandering van wonen, werken, winkelen, en verblijven tot veranderingen in de openbare ruimte voor auto, fiets en voetganger. Ook het beheer van de openbare ruimte en de veiligheid in ons stadsdeel. Alleen met het sociale domein heb ik mij minder bezig gehouden.

Hoe kijk je terug op de afgelopen acht jaar?

De binnenstad heeft er in zijn geschiedenis van bijna 750 jaar nog nooit zo mooi bij gestaan. In 2010 kwam de grootste beloning, toen de grachtengordel werelderfgoed werd. Onze stad werd vooral geroemd vanwege immateriële waarden, zoals het vermogen om een creatieve en innovatieve stad te zijn met handelsgeest. Deze waarden heb ik tijdens mijn periode als dagelijks bestuurder steeds gebruikt om plannen af te wegen.

Maar dit succes leidt ook tot snelle veranderingen, zoals de toenemende drukte. De bescherming van verworven rechten voor bewoners en ondernemers en de zorgvuldigheid die de rechtsstaat vereist om hieraan te kunnen sleutelen, leiden tot gebrekkige mogelijkheden om snel in te grijpen. Eigenlijk is dat maar goed ook, wij willen geen populistische xenofobe leiders. Toch zullen we een antwoord moeten geven op de toenemende drukte in de stad. We moeten nadenken over fundamentele vragen zoals de inrichting van de openbare ruimte, maar ook het bestrijden van symbolen zoals de bierfiets en groepen met een gids op de Wallen zijn het overdenken waard. Gelukkig krijgen we steeds meer vat op de technologische mogelijkheden om ons te helpen met deze uitdagingen, de Munt was bijvoorbeeld nooit afgesloten als we niet glashelder dankzij kentekenregistratie wisten wat de mogelijkheden waren.

Waar ben je het meest trots op?

Ik vind het goed hoe wij als stadsdeel met de bewoners omgaan. We wegen alle initiatieven, maar ook protesten ontzettend zuiver af. We doen recht aan belangen, zonder dat dat betekent dat iedereen gelijk krijgt. De opvatting van Van der Laan, “We laten ons niet leiden door de waan van de dag en extremen, maar zien ook de opvatting van de constructieve meerderheid” is iets waardoor ik mij in dit geval graag laat leiden.

Er zijn ook zaken die nooit in het daglicht komen te staan, maar die wel deze manier van omgang reflecteren en waar ik trots op ben. Zoals de wijze waarop wij de ouders hebben opgevangen van een jongen uit Schotland, die hier in het Centrum verdronk. Zo denken en doen mijn collega’s Jeanine van Pinxteren (GroenLinks) en Roeland Rengelink (PvdA) ook. Ik denk niet dat er een college van B&W of dagelijks bestuur van een stadsdeel is geweest waar de samenwerking zo constructief en fatsoenlijk is verlopen als bij ons. Tenslotte ben ik natuurlijk trots op onze fractie in de bestuurscommissie. Wij hebben in de afgelopen vier jaar nooit iets zonder goede wederhoor doorgedrukt, terwijl wij verreweg de grootste fractie zijn. Wij hebben een intense samenwerking met andere fracties gehad en zo zou het overal moeten zijn.

Wat zijn je plannen na de verkiezingen?

Ik heb geen idee, behalve dat ik niet verder ga als dagelijks bestuurder. Na acht jaar is het mooi geweest en het is goed als iemand anders met een nieuwe blik onbevooroordeeld naar de binnenstad gaat kijken.

Hoe zie je de ontwikkeling van het stadsdeelbestuur onder het nieuwe stelsel?

Het nieuwe stelsel is wezenlijk anders. Ik denk dat de nieuwe Adviescommissie niet moet proberen het oude systeem zo veel mogelijk te kopiëren. Zodra zij zich als boodschapper tussen bewoners en dagelijks bestuur opstellen, gaat het fout. De Adviescommissie is er niet meer om de dagelijkse gang van zaken te controleren. De Adviescommissie moet het platform worden voor de discussie over de toekomst van de binnenstad en dat debat rechtstreeks met het college van B&W en de gemeenteraad voeren.

Wat zijn je wensen voor de komende vier jaar in het centrum?

Ik zou graag willen dat al onze huizen bewoond zijn, dat we de diversiteit van winkels handhaven en een economie hebben die de kernwaarden van de stad ondersteunt. Ik wil ook dat voetgangers en fietsers meer ruimte krijgen. Het zou ook mooi zijn als we iets kunnen doen aan het gedrag van mensen en snel ongein kunnen aanpakken.